sannevanderplas.reismee.nl

Point of View

Zo! Inmiddels ben ik neergestreken in Uganda maar ik moet de laatste dagen Kenia nog verslaan.

Ik was ergens gebleven bij het afscheid van het schooltje. Al eerder hadden we de kinderen getrakteerd op chapati (een soort pannenkoek van maïsmeel, dacht ik. Lekker, in ieder geval;D ) maar ik wilde mijn laatste dagje niet ongemerkt voorbij laten gaan. Het enige wat er in de buurt in een grote hoeveelheid te verkrijgen was, was limonade. Dus limo it was. Zelf zat ik te denken aan pielen met één kan geconcentreerde limonade en één kan water. Maar de limonade gewoon in een ton kiepen en een tuinslang drinkwater erin hangen werkte toch iets efficiënter. Na afloop veel kindjes die even naar me toekwamen om dankjewel te zeggen, lief! Nadat alle kinderen zich weer verzameld hadden in één klaslokaal vertelde teacher Leonard ze dat ik zou vertrekken. Na een aantal ‘huh’s en een sip gezichtje van m’n lievelingetje in KG3, werd er uitgebreid voor me gezongen en kon ik bij de deur de laatste high-fives in ontvangst nemen. Wie weet volgen er ooit nog higher-fives als ze gegroeid zijn.

Het afscheid nemen van mijn inmiddels tweede thuis bij Phoebe en Leonard ging iets minder soepel. Vrijdag was een nationale feestdag dus iedereen was vrij en zaterdagavond zou ik vertrekken richting Mombasa, om zondagochtend dichtbij het vliegveld te zijn. Het waren dus twee volle vrije dagen met steeds de gedachten “voor de laatste keer samen avondeten”, “voor de laatste keer in m’n eigen bedje” of “dit is mijn laatste perfecte mango uit Msambweni”. Phoebe en ik konden het erg goed met elkaar vinden en zijn elkaar zus (spreek uit: zoes) gaan noemen, wat Leonard tot mijn “shemeji”(echtgenoot van je zus) maakte. Omdat Phoebe me te erg verwend had (omeletten, de beste stukjes kip, bergen mango’s) wilde ik nog proberen om iets terug te doen. Ze wilde graag boodschappen gaan doen in Ukunda. Heen met de Matatu, (zo’n 2/2,5 uur), een aardige voorraad boodschappen voor haar gekocht en terug met de boda boda (30/40 minuten). Mooie afsluiter om met je “sis” (en soms moeder als ze alle boodschappen persé wil dragen of zegt dat ik me beter aan de motor vast moet houden) naar Msambweni te scheuren. Heerlijk om deze mensen te kennen, om even bij ze te mogen leven en van ze te mogen leren. Ja, deze tijd ga ik missen.

Helaas moest ik zaterdag rond zes uur toch echt vertrekken. Iemand van Action Ministry bracht me naar Mombasa. Voor de laatste keer de bijna geheel rechte weg (maar vol gaten) van Msambweni naar Mombasa. Links de zonsondergang, rechts een heldere maan en aan beide kanten palmbomen. Ik kon niet geloven dat ik vijf weken daarvoor in dezelfde auto gearriveerd was. Het was al voorbij! Erg vrolijk was ik dus niet. Gelukkig werd ik bij het slaapadres in Mombasa weer vrolijk van Janneke, een andere vrijwilliger die maar liefst 8 weken kon gaan genieten van een verblijf in Blessed Camp. Lachen geblazen toen een deel van mijn bed in elkaar zakte toen ik erop stond om een klamboe vast te maken. Er zat niets anders op dan naar het andere bed, dat bekend stond als “het slechte bed” te verhuizen. Mijn voeten lagen zo’n vijftien centimeter lager dan mijn hoofd, maar uiteindelijk lag het best prima nadat Janneke een dienblad (???), dat onder het matras lag, had verwijderd.

Zondag, de vertrekdag. De week ervoor had ik een mail gehad met een nieuw e-ticket: de vlucht was nu iets later en duurde ineens twee keer zolang vanwege een tussenstop. Daar hield de informatievoorziening van Air Uganda zo’n beetje mee op. Bij het inchecken hoorde ik dat we een stop zouden maken in Dar es Salaam. Ik moest op een poster in een souvenirwinkel even opzoeken in welk omringend land dat ook alweer lag: Tanzania.

Het was vrij rustig op het vliegveld. Bij de gates waren we maarliefst met z’n tweeën! Met de andere reiziger had ik al even staan praten, nadat hij me in het Duits (altijd leuk) had aangesproken. Of ik een bakje koffie wilde doen. Ik wilde de, op dat moment, enige mede-reiziger maar niet beledigen. Nouja koffie, het werd een biertje en een flesje water. Hij was een zakenman die bedrijven had in onder andere Uganda en nog ergens in Azië, bijna nooit twee dagen op dezelfde plek, was naar Mombasa gekomen om problemen op te lossen, eerst nog helemaal iets op moeten halen in China, gedoe, gedoe. Wat deed ik hier? Van de kerk? Hij trok een vies gezicht bij de vraag. Oh, dat niet gelukkig. En, vond ik dat ik daar goed werk mee deed? Ja? Nee joh, daar maakte we de mensen alleen maar bedelaars van! We maakte de mensen alleen maar armer! Ik zei dat ik niet bepaald zag hoe, als je kinderen leert lezen en schrijven en vrouwen helpt om een vaardigheid te leren zodat zij geld kunnen verdienen. Nee, dat hielp allemaal niet volgens hem. Maar dit was maar zijn point of view hoor, daar hoefde ik me niets van aan te trekken. Inmiddels had ik niet zo heel veel zin meer in het “gesprek” en begon ik zo langzamerhand op zoek te gaan naar wat geld om mijn flesje water te betalen (jullie dachten dat dat biertje van mij was natuurlijk, neeee). Maar dat zou hij wel betalen joh. Nou, nee bedankt. Ik stond op en gaf het geld aan de man achter de bar. Hoeveel was het biertje? 250 shilling? “Kom maar halen!” Meneer bleef, met het geld in zijn hand, lekker zitten. De beste man moest maar even achter zijn bar van 10 meter lang komen lopen om het geld in ontvangst te nemen. Ik kon nog net een Hollands “serieus?!” onderdrukken. Wat ongelovig (okee, en boos) pakte ik het geld uit zijn hand en gaf het aan de man achter de bar. Dat vond de zakenman aardig van me. Nee, dat is gewoon normaal! Misschien gaat het juist wel om het gebáár dat je naar je medemens maakt. Misschien is vrijwilligerswerk niet altijd even efficiënt, misschien pakt niet iedere liefdadigheidsinstelling uit zoals de bedoeling was, maar moet het dan maar helemaal niet meer gedaan worden? Omdat het niet voldoet aan de instelling en de opzet van een commercieel bedrijf? Is winst alleen maar te meten in geld?

Blessed Camp zit vol inspirerende mensen. Leonard die verhuisd is van Mombasa naar Msambweni om de kinderen les te geven en ook altijd bezig is met de jiggers van de kinderen en de medicals. Bea die 3 maanden in Nederland bezig is geweest een programma op te zetten voor de handwerkdames, om ze zoveel mogelijk binnen vijf weken te kunnen leren. De mensen van Action Ministry die zich hebben bekommerd om de verstoten gemeenschap. Zoveel vriendelijkheid en zorg voor elkaar. Ik heb heel veel bewondering gekregen voor deze mensen.

Dan is het niet leuk om tegenover iemand te zitten die je achteroverleunend even verteld dat dat allemaal niet belangrijk is en niet werkt. Waar probeer je diegene dan van te overtuigen? Waarom probeer je iemands compassie te reduceren tot naïeve bezigheidstherapie? Ik heb wel vaker kritische vragen gehad over vrijwilligerswerk, maar deze man was zo respectloos en overtuigd van zijn eigen visie dat mijn bloed ervan begon te koken. De sceptische blik met de vraag “en jij denkt dat dat helpt?” deed gewoon pijn. Al is soms de verandering die dit soort vrijwilligerswerk brengt moeilijk te meten, in zákelijk optiek, ik weiger om met zo’n blik te kijken naar het welzijn van mensen. Ik besluit de woorden van deze man te vergeten en terug te keren naar het warme gevoel dat Blessed Camp me geeft. Een herinnering van de eerste dag op het project komt weer naar boven, waarbij een leprapatiënt tegen me zei: “het doet me goed om bezoekers van zo ver te zien, fijn dat je er bent!”

Sonna bye!

Wat is de tijd, ondanks het relaxte tempo, toch snel gegaan! Vandaag was het alweer mijn laatste dagje op school! In de afgelopen week zijn de stoelen en tafels voor “mijn” klasje (KG 3) in elkaar gezet en geverfd. De kids zitten nu met z’n tweeën aan een tafel op een jawel, hele eigen stoel! Wat een vooruitgang ten op zichte van de lage bankjes, die steeds versleept moesten worden en die niet prettig in gebruik waren waardoor sommigen liever op de grond dweilend de opdrachten maakten.

Ik was aangenaam verrast over het effect van het meubilair op de structuur van de les. Iedereen heeft een vaste plek, waar men zonder omwegen naar terug kan keren als de opdracht is nagekeken. Dit staat in schril contrast met het circus dat uitbrak in het tijdperk van de bankjes, waar de kinderen die al klaar waren “los liepen” en de boel op stelten zetten. Uiteindelijk zat ik met de voetbal onder mijn voeten, de schriften, potloden en de bel (heel belangrijk!) op mijn schoot en met de puntenslijpers in mijn hand na te kijken omdat anders alles van het bureau werd gekaapt en (om een lerares te quoten) “horizontaal door het klaslokaal ging” (..arm mens). Ik snap het ook wel hoor, een nieuwe school, een eigen lokaal, de leraar die les aan het geven is in een ander lokaal, minstens één zo’n blanke die maar niet snapt dat je een gummetje nodig hebt als je dat in je eigen taal vraagt. Maargoed, geef mij het meubilair maar! Er brak overigens wel even paniek uit omdat een aantal stoelen er ietsjes anders uitzagen dan de rest en die waren natuurlijk erg in trek. Maar nadat ik alle schilderstape had verwijderd (ja, het duurde ook even voordat ik inzag dat dit het “probleem” veroorzaakte), heerste er weer gelijkheid en broederschap.

( Mocht iemand zich geroepen voelen, er is nog geld nodig voor de meubeltjes. We missen nog 500 euro om het volledige bedrag voor alle meubeltjes rond te krijgen. Omgerekend is dit 30 euro per kind. Dus als iemands portemonnee te zwaar is of iemand precies een mooi rond bedrag op zijn/haar rekening heeft staan als er 30 euro wordt overgemaakt (je weet het niet!), giften kunnen naar Doingoood Foundation, Rabobank 1421 16 300, o.v.v. schoolmeubel Blessed Camp/ Sanne. Onze dank is groot!)

Verder wordt het contact met de kinderen steeds leuker naarmate je langer op school rondloopt. Lachen natuurlijk als de mzungu je naam (en in de bijdehante gevalletjes ook de achternaam) kent. Ik moet mijn gezicht enorm in de plooi houden als dat ene ventje expres mank terugloopt naar zijn stoel of dat andere jongetje mijn “no!” nadoet (okee, ik deed zijn zoveelste “Please, teacher, may I go to the toilet?” na, dus daar vroeg ik om). Laatst sprak ik ouders die vertelde dat hun dochter niet langer luistert naar de naam die ze haar gegeven hebben, maar alleen nog maar naar Sanne! Gister was ook een bijzonder dagje. Er was een meisje van 3 dat steeds wegdook als er een blanke in het vizier kwam. Ze durfde nooit alleen langs ons te lopen maar moest altijd met een grote boog om ons heen en een hand van een medeleerling of de leraar vasthouden. Na vele pogingen brak het ijs begin deze week. Een zwaaitje. Aan niemand vastklampen als ik langsliep. Een voorzichtig lachje. Gister was er ineens niets meer aan de hand en was ze niet bij me weg te slaan! Mevrouw pakte mijn hand, wilde opgetild worden, liep te zingen en wilde op de foto. En dat allemaal met een lach!

Het gaat allemaal niet zo gestructureerd en snel als bij ons thuis, maar wat een verschil maakt dit schooltje voor deze kinderen! Voor veel kinderen is dit het enige onderwijs waar ze toegang tot hebben (vanwege het stigma van lepra worden ze niet toegelaten tot andere scholen). Ze leren hier LEZEN en SCHRIJVEN. Voor ons is dat normaal of zelfs verplicht. Maar sta er even bij stil wat een verschil het kunnen lezen en schrijven in een mensenleven eigenlijk maakt. Wat een vrijheid, kansen en mogelijkheden voor deze kinderen!

Dit besef kreeg ik pas toen ik ‘s middags vanaf de huisjes van de lepraslachtoffers zelf kwam en liep tussen de huisjes van wat generaties later. Op dat moment kwam er een hele stoet kinderen in bekende schooluniformpjes aanzetten. Ik had ze alleen nog maar op het terrein van de school gezien, maar nu zag ik ze thuis. Wat ben ik blij dat deze kinderen de mogelijkheid hebben om naar school te gaan en om nu al te werken aan hun kansen in de toekomst! Wat mooi om te zien dat mensen, teacher Leonard, de mensen van Action Ministry en Doingoood echt om deze gemeenschap geven!

Difference

Laat ik mijn handen maar weer eens gebruiken voor iets wat ze gewend zijn, typen! Deze Hollandse slappe handjes konden sommige Keniaanse verrichtingen niet aan vorige week. Zo kon ik een gevoel van vermoeidheid constateren tijdens het wassen van mijn kleren en het snijden van een aantal mango’s. Wat een watje tussen de sterke Afrikaanse vrouwen! Maargoed, typen dus.

In vorige blogs heb ik al verteld dat het aanpassen aan de Keniaanse cultuur prima verloopt. Al hebben mijn handen af en toe een rustpauze nodig en ontdekte ik vorige week zowaar een verdwaalde Nederlandse gedachte. Niet voor de eerste keer werd ik om vijf uur ’s ochtends wakker door het geluid van een nabij gelegen moskee en maakte ik me druk over het toegestane aantal hertz (“Soo, dit mag dus echt niet!”). De lezers die mij wat beter kennen, weten dat ik niet zoveel heb met het land waar men een boete krijgt als je vriendelijk claxonneert naar een bekende, dus ik heb deze pietluttige gedachte snel verbannen.

Niet alleen in het aantal kilometers is er veel afstand tussen Kenia en Nederland. Eventjes mijn visie spuien hoor! In Nederland moet alles steeds efficiënter, nieuwer, maximaler (als dat nog geen woord was dan is dat er nu eentje). Met verbijstering kan ik kijken naar hoe TelSell het omgaan met een ordinaire portemonnee tot een kwelling kan maken. Nee joh, je moet de waterdichte WonderWallet (ofzo) hebben want voortaan als je portemonnee in het water valt tijdens een strandwandeling blijft je briefgeld droog! Ik kan mij soms verbazen over de onzichtbare regeltjes die aan voorwerpen kleven. Bepaalde lepels mogen alleen in aanraking komen met bepaalde gerechten want dat “hoort”. Naar mijn idee hebben wij de lúxe om alles wat moeilijker te maken dan het in werkelijkheid is. Misschien schiet Nederland hier een beetje in door.

Kenia lijkt misschien door te schieten in het simpeler maken. Een slot op de deur? Spijker in de muur, 90 graden krom slaan, draai het uiteinde voor de deur, alsjeblieft! Heel veel gaten in de weg? Nou, gewoon omheen rijden! Vuilnis? Verbranden geblazen.

Het verschil is dat men hier wel móet. Vaak kan het niet anders of is er geen geld (over) om het anders te doen. Er is hier geen overvloed. Waar ik nu voor eventjes woon wordt zuinig gedaan, alles wordt opgemaakt en voorwerpen worden hergebruikt of gebruikt totdat het kapot is en langer. Van deze mensen leer ik lessen die ik zeker mee ga nemen de rest van mijn leven en die ik hoop over te brengen zodat meer mensen de rijkdom en overvloed in Nederland gaan beseffen.

Af en toe best lastig om hier als blanke, iemand die het rijke Westen representeert, rond te lopen. Voor de lokale bevolking betekent een ticket hierheen een volle portemonnee, voor mij betekent het juist een lege WonderWallet. Het is al een paar keer voorgekomen dat ik buiten in het zonnetje zat (werkend aan mijn blankheid, de ironie) en er iemand bij me kwam zitten om een praatje te maken en het gesprek uiteindelijk bracht op toekomstdilemma’s of (geld)problemen. Nu krijg ik in Nederland ook weleens complete levensverhalen, dagindelingen of ziektegeschiedenissen te horen van vreemden in bus of trein, maar dit voelt toch anders.

Wat nog vervelender voelde, was de vraag om een pak rijst. We liepen in Ukunda van een straatje met veel souvenirwinkels naar een grote supermarkt. Een man met drie houten beeldjes vroeg of wij die wilden kopen of anders wilden ruilen voor een pak rijst die we konden kopen in de supermarkt. Wat nu? Tuurlijk, willen we dat de kinderen van die man vanavond kunnen eten. Maar de andere mannen die erbij staan dan? En op de lange termijn, moeten we ze “leren” dat het goederen vragen aan blanke bezoekers werkt? Hoe bedoel je lange termijn, die kindjes vanavond dan? Is dat wel waar? Shit, ik moet hier eerst pinnen! Niet met die mannen erbij hoor, ik moet ook denken aan mijn veiligheid. Sta ik nou omgerekend voor tientallen euro’s te pinnen en kan er niet eens een pak rijst vanaf?

Hè, getver San! Wat moet deze nare smaak zo in mijn vrije tijd?! Tja, deze verschillen en dilemma’s zijn er nu eenmaal. Of je er nu met je neus bovenop staat of niet. Ik weet helaas ook niet precies hoe ik ermee om moet gaan en hoe het op te lossen valt. Wat ik in ieder geval hoop is dat je het verschil in rijkdom (niet alleen in geld, maar ook in mogelijkheden) echt beseft en hopelijk inspireert dat je om op je eigen manier verschil te maken.

Verdere inburgering en update school

Hallo trouwe volgertjes en mensen die zojuist inschakelen,

Ik ben zo vrij geweest om het motto ‘pole pole' (vrije vertaling naar het Katwijks: ‘rustig an!') van hier, ook toe te passen op het schrijven van blogs. Het wordt zo langzamerhand wel weer tijd voor een update!

Morgen ben ik hier 2,5e week en dat is alweer de helft van mijn tijd in Kenia! Gaat weer veel te snel! (Gelukkig komt er nog een reis naar Uganda achteraan ;) ) Inmiddels ben ik hier al helemaal gewend: de slippertjes gaan automatisch uit voor het binnengaan van een kamer, het lichtknopje wordt blind gevonden en een koude douche voelt niet meer aan als een koude douche. Aan het klimaat valt ook te wennen! Ik merk regelmatig tot mijn verbazing dat de ventilator in mijn kamer eens níet aanstaat. En zelfs bij het gebruikelijke theedrinken staat het zweet niet (altijd) meer op mijn voorhoofd!

De beestjes hier zorgen nog wél steeds voor verbazing. Toch wel raar als er tijdens het eten een bidsprinkhaan, die je normaal op Animal Planet bewondert, tegen het plafond aanvliegt en neer wordt gemept. Ik blijf het bijzonder vinden als ik soms apen zie springen als ik naar school loop, een bushbaby in een nabije boom hoor schreeuwen als ik ga slapen en er een kameleon tegen mijn been oploopt tijdens een wandeling. Dat laatste zorgde ook bij twee Keniaanse vrouwen voor verbazing en een aantal gilletjes toen Lotte en ik achter het dier aangingen. Het verstoorde beest zette zijn weg voort en hield ons nauwlettend in de gaten door zijn naar achter gedraaide oogjes.

Het 's nachts op zoek gaan naar beestjes in de kamer heb ik maar opgegeven. Soms hoor je een wanhopig gezoem of een of andere doodstrijd van een insect, wat me dan toch wakker houdt door het geluid zelf of doordat ik me probeer in te denken wat voor tafereel er bij dat onbekende geluid hoort. Maar in welke hoek ik ook schijn met de zaklamp (vanuit mijn bed dan, zo slaperig ben ik dan ook wel weer) of waar ik de volgende ochtend ook kijk, niks te vinden! Dus zolang het desbetreffende dier niet klinkt alsof het de bouw en de motoriek heeft om de klamboe open te maken en binnen te klimmen, mag het blijven zitten en slaap ik lekker verder. Okee, ik ben niet altijd even tolerant. Gister heb ik een torretje dat onder mijn voet kriebelde ‘opgepakt' met een kauwgompje waar toch geen smaak meer aan zat, maar ik had direct spijt toen ik het beestje in volle reikwijdte vast zag zitten. Sorry!

Het schooltje went ook steeds meer. Eind vorige week kon ik de gezichten van elkaar onderscheiden. Helaas voor de kids, nu heb ik het door als ze voor de tweede keer in drie minuten komen vragen of ze naar de WC mogen! En kon nu ook verklaren waarom ik steeds het gevoel had dat dat ene jongetje zijn schrift toch al bij me had ingeleverd.. twee broertjes die héél erg op elkaar lijken. Deze week probeer ik ook de namen te kennen. Van één klas ben ik al aardig op weg, behalve de namen met een voor ons onmogelijke combinatie medeklinkers dan. (Heb trouwens gezegd dat het vijftig kinderen waren, maar blijkbaar zaten ze in het vorige schooltje zo dicht op elkaar dat onze schatting iets geringer uitviel. Het zijn er tachtig.)

Vorige week is er iemand langsgekomen voor de maten van de nieuwe stoelen en tafels. Gewapend met een meetlintje dook hij op de oude bankjes af. Gelukkig vroeg hij ons om advies en hebben we hem erop kunnen wijzen dat daar in Nederland regels (uiteraard) voor zijn en er rekening gehouden moest worden met zoiets als ergonomie ;) Arend had zijn laptop mee en al snel hadden we op internet formules gevonden voor de hoogtes van het meubilair en een aantal foto's met voorbeelden. Het advies was welkom: er werden kniehoogtes van kinderen opgemeten, hoogtes uitgerekend en foto's gemaakt van voorbeeldjes. Het meubilair is nu in de maak en komt hopelijk snel in de nieuwe school te staan. Het idee is om de lokalen zo in te richten zoals het volgende onderwijs het doet, zodat de kinderen gewend zijn aan die opstelling in de klas. Ben erg benieuwd hoe ze het vinden om een eigen tafeltje en stoel te hebben in plaats van een gezamenlijk bankje dat als beiden dient!

Nu ga ik toch echt weer even de ventilator aanzetten.

Doeg!

Love,

Sanne (hier beter bekend als 'Sonna')

Nieuw begin

Maandag zaten de twee weken vakantie er voor de kids op en moesten ze weer naar school. Maandag was ook de dag dat er les mogelijk was in het nieuwe gebouw van Blessed Camp. Ik ging voor het eerst de kinderen zien, dus op vele manieren was het een dag van nieuw begin. En dat was te merken! Bij binnenkomst in het oude schooltje veel handjes om te schudden of te high-fiven en vaak de vrolijke vraag: “How are yóu?”. Persoonlijk vind ik die vraag leuker dan “What’s your name?”, het vervolg daarvan is vaak dat ik dezelfde vraag terug stel, een voor mij onuitspreekbare naam hoor en ik een jaaa-dat-ga-ik-dus-nooit-onthouden-“okee!” laat horen. Ik ga wel mijn best doen hoor, maar het zijn er ongeveer vijftig! Kinderen dan, lettergrepen toch wel ietsjes minder.

Door de verhuizing naar het nieuwe gebouw was er niet heel veel structuur te vinden dus er was uitgebreid tijd om kennis te maken die ochtend. Ondanks dat je écht niet de eerste vrijwilliger bent, moet je gezicht van dichtbij worden bestudeerd, je blanke huid worden gevoeld en er aan moedervlekken worden gepeuterd. Handpalmen doen het ook goed. En uiteraard het haar! Ik hoefde geen Swahili-expert te zijn om te weten dat de geur van mijn gel niet echt in de smaak viel. De gezichten die getrokken werden, maakten iedere taal overbodig.

’s Middags was het dan zover. De schoolbankjes waren overgebracht naar het nieuwe gebouw, dus er kon in één grote rij vertrokken worden naar de nieuwe klaslokalen. Het oude gebouw had maar één ruimte. Het nieuwe gebouw heeft drie lokalen, wat precies met het aantal klassen uit zou komen als er niet één lokaal tijdelijk bezet was door de vrouwen die bezig zijn met hun handwerkworkshop. Voorlopig maar beter ook aangezien er op dit moment maar één leraar en één assistent aanwezig zijn. De eerste twee groepen zitten bij elkaar en de oudsten hebben een eigen lokaal.

Het onderwijs gaat hier een tikkeltje anders dan wij gewend zijn. De kinderen moeten de leraar of degene die daarna de beurt heeft veel nazeggen en er wordt veel herhaald. Voordat de rekenles begint, gaan de kinderen naar buiten om stokjes of steentjes te verzamelen waarmee ze kunnen leren tellen. Op dit moment staan er alleen nog maar bankjes die de kinderen gebruiken als stoel of tafel (en door een enkeling als bed in de pauze).

Dinsdag hebben we een groot gedeelte van de schooldag bij de hoogste klas gezeten. Als de leraar in de klas was heerste er rust en gezag. Maar zodra de leraar naar het andere lokaal was en de les overgenomen werd door drie van die Mzungu’s waar voorheen vooral mee gespeeld werd, veranderde die sfeer een beetje (goh). We hadden het idee dat er iets teveel punten van potloden afbraken en er iets teveel wc’s bezocht werden (voornamelijk omdat je bij deze toiletten kan doortrekken). Alle regeltjes van de basisschool sloegen ineens wel ergens op. Dat eeuwige “in een rij staan” en het hoopvol staren naar de deur totdat je klasgenoot terugkeerde in de klas: er mocht er maar één tegelijk naar de wc en dat pakje Wicky van de pauze.. Door het achterste bankje bijdehante jongetjes weet ik eindelijk waarom ik, de rust zelve, altijd naast de ongeconcentreerde klier moest zitten (ff denken, lezen die dit.. vast niet). Dus in ieder geval als wij les aan het geven zijn, moeten we wat methodes bedenken om de klas rustiger te houden (hopelijk eigen tafeltjes, in wat kleinere groepjes en iets te doen verzinnen als ze klaar zijn met de opdrachten). Maar ondanks de “ontwikkelende” manier, werd het werk wél gedaan! Als ze hier krulletjes zouden willen, hadden we die vandaag veel uitgedeeld. Maar ze staan sceptisch te kijken en gaan niet op hun plek zitten voordat het onbekende krulletje vervangen is door een welverdiend vinkje!

Het project: Blessed Camp!

Woensdag was het dan zover, het vertrek naar het project! 's Ochtends werd ik door twee mannen van het project opgehaald. Op tijd zelfs, dat had ik niet verwacht!;D De reis van de stad Mombasa naar het landelijke Msambweni ging wel even duren, dus ik ging er lekker, plakkerig uiteraard, voor zitten. We lieten de stad achter ons en naarmate we langer in de auto zaten, werd het landschap steeds mooier en groener! Dan pas komt het besef een beetje: Wow, ik ben er echt!

Kenianen zijn al van het hartelijk welkom heten, maar op het project helemaal! Ik verblijf in een gebouwtje van het project, het Action Ministry House, waar ik opgevangen wordt door leraar Leonard en zijn superlieve vrouw Phoebe. Hele lieve mensen hier, dus ben erg blij dat ik hier mag verblijven! En voor alle mensen thuis die grapjes hebben gemaakt over gaten in de grond en buitendouches, de voorzieningen zijn hier prima. Gewoon een normale wc en een simpele douche met vier muren en een deur die op slot kan. Weliswaar een koude douche, maar als ik met de klamheid hier mocht kiezen tussen warm of koud water had ik het ook wel geweten ;) En ja er lopen af en toe beestjes rond, maar wat dat betreft kijk ik niet verder dan mijn klamboe lang is. En het heeft ook wel iets hoor, begroet worden door een duizendpoot van 15 cm als je de wc deur opent.

Over het project! Voor de mensen die niet precies weten wat het project inhoudt, hier wat officiële informatie van de Doingoood-site (http://www.vrijwilligerswerk-afrika.nl/).

Blessed Camp is een dorp met een populatie van ongeveer 76 volwassenen en 100 kinderen. De oudste generatie werd getroffen door lepra, maar de ziekte is nu niet meer besmettelijk.Gelukkig komen nieuwe gevallen van lepra niet meer voor in Kenia, maar helaas lijden de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van deze mensen wel onder het stigma. Hierdoor zijn zij verstoten uit de gemeenschap en hebben zij nagenoeg geen toegang tot de onderwijs en medische zorg.

(http://www.vrijwilligerswerk-afrika.nl/blessed-camp.html)

Ik ben nu 2,5e dag op het project en 's ochtends ben ik aanwezig geweest bij de medicals (waar de leprapatiënten worden behandeld en er jiggers, vliegen die onder de huid van de voet gaan zitten, worden verwijderd) en bij het project waarmee de vrouwen hier inkomen kunnen genereren. Een andere vrijwilligster, Bea, leert de vrouwen allerlei handwerktechnieken zodat zij producten zoals kleding of kussenhoezen kunnen maken en verkopen om zo een inkomen binnen te krijgen. Ja mam, ik kan nu ook een knoop aanzetten!;) Dan zijn er nog twee vrijwilligers, Lotte en Arend, die een medische achtergrond hebben dus zij kunnen goed helpen bij de leprapatiënten en de jiggers verwijderen. Gezellig groepje zo! Ik ga vooral helpen in het schooltje, dat maandag pas weer begint dus vanaf dan meer info over mijn werkzaamheden. Deze week kon ik ‘s middags dus relaxen, praatjes maken en rustig bijkomen van alle veranderingen.

Nouja, bijkomen. Die veranderingen zijn juist leuk! Als blanke ben je hier een hele bezienswaardigheid. Een groepje 'Mzungu bye!'-schreeuwende kinderen kan alleen tot enige vorm van stilte worden gebracht door alleen maar even terug te zwaaien. Er wordt veel aan je gevraagd hoe het gaat, naar je gezwaaid, je krijgt handen te schudden en je wordt veel welkom geheten. Zelfs door de groenteboer. (Had ik natuurlijk weer niet door omdat ik me starend stond af te vragen of dat wat ik zag nou een mini-courgette was of een Afrikaans soort groente. Echt heel klein!).

Ook is het leuk om te merken dat je je aanpast. Het gaat hier allemaal niet zo snel. Heb ik gelukkig geen moeite mee. En alles is hier 'handiger'. Heb deze week Ugali ('African cake') en vis met de hand gegeten. Makkelijk hoor, dat laatste beetje rijst met je vinger op je vork schuiven (dat deed ik eigenlijk altijd al maar hier mag het ;p). Ik ben al zover dat ik insecten met de hand te lijf ga, de kleintjes dan. En vandaag moest er met de hand een wasje gedraaid worden! Ik moest eerst even mijn 'manier' laten zien, ben toen uitgelachen en vervolgens heeft Phoebe al het werk gedaan. Nu weet ik hoe het moet (of zou moeten gaan) en ga het de volgende keer zelf doen. Echt waar!

Nog leuker is het om nieuwe dingetjes te ontdekken. De eerste nacht lag ik een beetje te draaien. Ik wilde graag languit liggen zonder dat m'n tenen nèt iedere keer de klamboe raakte. Terwijl ik druk aan het passen en meten was, viel de stroom even weg en viel de ventilator stil. Op een héél 'bezig moment' een onverwachts real-life natuurconcert! Het echte Afrika!

Love,

Sanne

(PS. Ariën en Laus, écht bedankt voor jullie Swahili-boekje! Erg handig om (op het project) gelezen te hebben dat het gebruikelijk is om voor het eten je handen te wassen met het water dat de gastvrouw je aanbiedt. Beter dan mijn eerste reactie in Mombasa: 'Oh, heb net gedoucht joh! Is dat ook goed?!' XD)

Jambo!

Hallo mensen!

Het heeft even geduurd maar hier is dan mijn eerste blog vanuit Kenia! De vluchten zijn goed verlopen (mede doordat twee schreeuwende, druk gebarende Italiaanse medepassagiers gelukkig niet toegelaten werden tot het vliegtuig). De tweede vlucht was wel wat vertraagd omdat er iets mis was met de techniek (het geluidje van “fasten your seatbelts” blééf maar achter elkaar af gaan, haha) maar uiteindelijk ben ik maandagochtend vroeg geland in Mombasa! Tijdens het dalen en door de zonsopgang kon ik het Afrikaanse landschap steeds beter zien: groene heuvels, mooie bomen en zandwegen. Zodra je het vliegtuig uitstapt, kun je het klimaat ook vóelen: niet zozeer een muur van hitte maar een gordijn van klamheid waarin je vanaf dat moment loopt. In iedere willekeurige vochtige vlindertuin keer ik direct om, maar aangezien het hier deze hele maand nog regenseizoen is, zal ik eraan moeten wennen ;D

De lokale Doingoood-coördinator Peter heeft me opgehaald van het vliegveld (“Heb je het warm?! Ik heb mijn winterjas aan!”). De eerste twee dagen verbleef ik bij zijn gezin thuis om wat bij te komen van de reis en wat te wennen aan het Afrikaanse leven. Op weg naar zijn huis was het landschap wat ik door het vliegtuigraam zag, even ver te zoeken. Geen landelijk plaatje maar een Afrikaanse stad! Druk verkeer op niet altijd even gladde wegen, overal mensen langs de straat, geïmproviseerde winkeltjes in bijvoorbeeld containers, vrouwen met een kind op hun rug én bagage op hun hoofd. Dit waren genoeg indrukken voor de eerste dag, heb vooral veel rust gepakt en veel geslapen.

Ondanks dat ik onder een klamboe heb geslapen, kon ik ’s ochtends toch muggenbulten constateren. En naarmate de dag vordert, vind ik er steeds meer haha. Een goeie reminder om de wekelijkse malariapil in te nemen, dat wel! Na het ontbijt (brood met boter en thee met melk) ben ik met Peter’s broertje naar Mombasa vertrokken voor een rondleiding. Het openbaar vervoer zelf was al een hele belevenis. Het makkelijkst is om met een matatu te reizen, een busje waar ongeveer 12 mensen in passen. Ze rijden langs de hoofdwegen en een mannetje dat uit het busje hangt, roept de bestemming/richting. Als je in de buurt komt van de bestemming, klop je tegen het dak/zijkant van het busje zodat de chauffeur weet dat je uit wilt stappen. De busjes worden gehuurd en moeten aan het eind van de dag betaald worden. Willen de huurders van het busje de huur en benzine betalen én winst maken moeten zij heel wat klanten per dag vervoeren dus je kunt raden wat voor effect dat heeft op de rijstijl. Dit gecombineerd met het constant in- en uitstappen van mensen en de keiharde muziek maakt het reizen per matatu een chaotische maar leuke vervoersoptie.

Als blanke val je aardig op in de stad. Ik word veel aangekeken en er wordt geregeld “Hello!”, “Jambo!”(hallo) of “Mzungu!” (blanke) naar je geroepen. Alsof ik me nog niet blank genoeg voel met zichtbare muggenbulten, steeds de verkeerde kant op kijkend met oversteken en met het altijd aanwezige flesje water om het vochtgehalte een beetje te compenseren ;p Het was ook de bedoeling om die dag internet en beltegoed aan te schaffen maar veel winkels waren niet open vanwege een nationale feestdag dus dat moest nog even uitgesteld worden (vandaar de lange stilte).

Dit is eigenlijk wat ik gisteren allemaal getypt heb en heb er vandaag een heeeele lange dag opzitten dus dat horen jullie de volgende keer weer ;) Heb nu een geleende internetstick en hoop dat ik morgen eigen internet heb!

Tot snel!!

Love,

Sanne

P.S. Het nummer van mijn Afrikaanse simkaart is 0716 247 007 (007 inderdaad) dus met de landcode ervoor wordt dat + 254 716 247 007. Te lang nummer? Hier reageren mag natuurlijk altijd, vind ik leuk!