sannevanderplas.reismee.nl

Point of View

Zo! Inmiddels ben ik neergestreken in Uganda maar ik moet de laatste dagen Kenia nog verslaan.

Ik was ergens gebleven bij het afscheid van het schooltje. Al eerder hadden we de kinderen getrakteerd op chapati (een soort pannenkoek van maïsmeel, dacht ik. Lekker, in ieder geval;D ) maar ik wilde mijn laatste dagje niet ongemerkt voorbij laten gaan. Het enige wat er in de buurt in een grote hoeveelheid te verkrijgen was, was limonade. Dus limo it was. Zelf zat ik te denken aan pielen met één kan geconcentreerde limonade en één kan water. Maar de limonade gewoon in een ton kiepen en een tuinslang drinkwater erin hangen werkte toch iets efficiënter. Na afloop veel kindjes die even naar me toekwamen om dankjewel te zeggen, lief! Nadat alle kinderen zich weer verzameld hadden in één klaslokaal vertelde teacher Leonard ze dat ik zou vertrekken. Na een aantal ‘huh’s en een sip gezichtje van m’n lievelingetje in KG3, werd er uitgebreid voor me gezongen en kon ik bij de deur de laatste high-fives in ontvangst nemen. Wie weet volgen er ooit nog higher-fives als ze gegroeid zijn.

Het afscheid nemen van mijn inmiddels tweede thuis bij Phoebe en Leonard ging iets minder soepel. Vrijdag was een nationale feestdag dus iedereen was vrij en zaterdagavond zou ik vertrekken richting Mombasa, om zondagochtend dichtbij het vliegveld te zijn. Het waren dus twee volle vrije dagen met steeds de gedachten “voor de laatste keer samen avondeten”, “voor de laatste keer in m’n eigen bedje” of “dit is mijn laatste perfecte mango uit Msambweni”. Phoebe en ik konden het erg goed met elkaar vinden en zijn elkaar zus (spreek uit: zoes) gaan noemen, wat Leonard tot mijn “shemeji”(echtgenoot van je zus) maakte. Omdat Phoebe me te erg verwend had (omeletten, de beste stukjes kip, bergen mango’s) wilde ik nog proberen om iets terug te doen. Ze wilde graag boodschappen gaan doen in Ukunda. Heen met de Matatu, (zo’n 2/2,5 uur), een aardige voorraad boodschappen voor haar gekocht en terug met de boda boda (30/40 minuten). Mooie afsluiter om met je “sis” (en soms moeder als ze alle boodschappen persé wil dragen of zegt dat ik me beter aan de motor vast moet houden) naar Msambweni te scheuren. Heerlijk om deze mensen te kennen, om even bij ze te mogen leven en van ze te mogen leren. Ja, deze tijd ga ik missen.

Helaas moest ik zaterdag rond zes uur toch echt vertrekken. Iemand van Action Ministry bracht me naar Mombasa. Voor de laatste keer de bijna geheel rechte weg (maar vol gaten) van Msambweni naar Mombasa. Links de zonsondergang, rechts een heldere maan en aan beide kanten palmbomen. Ik kon niet geloven dat ik vijf weken daarvoor in dezelfde auto gearriveerd was. Het was al voorbij! Erg vrolijk was ik dus niet. Gelukkig werd ik bij het slaapadres in Mombasa weer vrolijk van Janneke, een andere vrijwilliger die maar liefst 8 weken kon gaan genieten van een verblijf in Blessed Camp. Lachen geblazen toen een deel van mijn bed in elkaar zakte toen ik erop stond om een klamboe vast te maken. Er zat niets anders op dan naar het andere bed, dat bekend stond als “het slechte bed” te verhuizen. Mijn voeten lagen zo’n vijftien centimeter lager dan mijn hoofd, maar uiteindelijk lag het best prima nadat Janneke een dienblad (???), dat onder het matras lag, had verwijderd.

Zondag, de vertrekdag. De week ervoor had ik een mail gehad met een nieuw e-ticket: de vlucht was nu iets later en duurde ineens twee keer zolang vanwege een tussenstop. Daar hield de informatievoorziening van Air Uganda zo’n beetje mee op. Bij het inchecken hoorde ik dat we een stop zouden maken in Dar es Salaam. Ik moest op een poster in een souvenirwinkel even opzoeken in welk omringend land dat ook alweer lag: Tanzania.

Het was vrij rustig op het vliegveld. Bij de gates waren we maarliefst met z’n tweeën! Met de andere reiziger had ik al even staan praten, nadat hij me in het Duits (altijd leuk) had aangesproken. Of ik een bakje koffie wilde doen. Ik wilde de, op dat moment, enige mede-reiziger maar niet beledigen. Nouja koffie, het werd een biertje en een flesje water. Hij was een zakenman die bedrijven had in onder andere Uganda en nog ergens in Azië, bijna nooit twee dagen op dezelfde plek, was naar Mombasa gekomen om problemen op te lossen, eerst nog helemaal iets op moeten halen in China, gedoe, gedoe. Wat deed ik hier? Van de kerk? Hij trok een vies gezicht bij de vraag. Oh, dat niet gelukkig. En, vond ik dat ik daar goed werk mee deed? Ja? Nee joh, daar maakte we de mensen alleen maar bedelaars van! We maakte de mensen alleen maar armer! Ik zei dat ik niet bepaald zag hoe, als je kinderen leert lezen en schrijven en vrouwen helpt om een vaardigheid te leren zodat zij geld kunnen verdienen. Nee, dat hielp allemaal niet volgens hem. Maar dit was maar zijn point of view hoor, daar hoefde ik me niets van aan te trekken. Inmiddels had ik niet zo heel veel zin meer in het “gesprek” en begon ik zo langzamerhand op zoek te gaan naar wat geld om mijn flesje water te betalen (jullie dachten dat dat biertje van mij was natuurlijk, neeee). Maar dat zou hij wel betalen joh. Nou, nee bedankt. Ik stond op en gaf het geld aan de man achter de bar. Hoeveel was het biertje? 250 shilling? “Kom maar halen!” Meneer bleef, met het geld in zijn hand, lekker zitten. De beste man moest maar even achter zijn bar van 10 meter lang komen lopen om het geld in ontvangst te nemen. Ik kon nog net een Hollands “serieus?!” onderdrukken. Wat ongelovig (okee, en boos) pakte ik het geld uit zijn hand en gaf het aan de man achter de bar. Dat vond de zakenman aardig van me. Nee, dat is gewoon normaal! Misschien gaat het juist wel om het gebáár dat je naar je medemens maakt. Misschien is vrijwilligerswerk niet altijd even efficiënt, misschien pakt niet iedere liefdadigheidsinstelling uit zoals de bedoeling was, maar moet het dan maar helemaal niet meer gedaan worden? Omdat het niet voldoet aan de instelling en de opzet van een commercieel bedrijf? Is winst alleen maar te meten in geld?

Blessed Camp zit vol inspirerende mensen. Leonard die verhuisd is van Mombasa naar Msambweni om de kinderen les te geven en ook altijd bezig is met de jiggers van de kinderen en de medicals. Bea die 3 maanden in Nederland bezig is geweest een programma op te zetten voor de handwerkdames, om ze zoveel mogelijk binnen vijf weken te kunnen leren. De mensen van Action Ministry die zich hebben bekommerd om de verstoten gemeenschap. Zoveel vriendelijkheid en zorg voor elkaar. Ik heb heel veel bewondering gekregen voor deze mensen.

Dan is het niet leuk om tegenover iemand te zitten die je achteroverleunend even verteld dat dat allemaal niet belangrijk is en niet werkt. Waar probeer je diegene dan van te overtuigen? Waarom probeer je iemands compassie te reduceren tot naïeve bezigheidstherapie? Ik heb wel vaker kritische vragen gehad over vrijwilligerswerk, maar deze man was zo respectloos en overtuigd van zijn eigen visie dat mijn bloed ervan begon te koken. De sceptische blik met de vraag “en jij denkt dat dat helpt?” deed gewoon pijn. Al is soms de verandering die dit soort vrijwilligerswerk brengt moeilijk te meten, in zákelijk optiek, ik weiger om met zo’n blik te kijken naar het welzijn van mensen. Ik besluit de woorden van deze man te vergeten en terug te keren naar het warme gevoel dat Blessed Camp me geeft. Een herinnering van de eerste dag op het project komt weer naar boven, waarbij een leprapatiënt tegen me zei: “het doet me goed om bezoekers van zo ver te zien, fijn dat je er bent!”

Reacties

Reacties

Roos A

Sanne, wat een mooi verhaal. En wat een ongelofelijke narrowminded reactie van die vent. Hij snapt er gewoon helemaal niks van. Ik kan me helemaal voorstellen hoe je je voelde. Keep your head up, want je doet het zo goed! x Roos

Marc

Gelukkig denk jij er wel heel goed over en doe je ook ontzettend goed werk.
Joh, voordat je het door heb ben je die vent daar al weer vergeten totdat je thuis weer flink over hem kan spuien.
Groetjes van Kim verder, die is druk met haar tentamens wat helaas niet zo wil lukken.
Groetjes, Marc

Bea

Laat niemand je de blijdschap over het werk en het plezier in de omgang met mensen in Kenia afnemen.

Inge Branger (moeder van Marjolein)

Hoi Sanne, heel leuk en bijzonder om je verhalen te lezen.
Je schrijft op een hele leuke, boeiende manier en gaat daarbij kritische zaken niet uit de weg.
Die man zou eigenlijk verplicht eens een maand bij Blessed Camp moeten gaan helpen. Misschien dat hij dàn leert wat de waarde van het vrijwilligerswerk inhoudt, dat je geeft maar ook zóveel meer er voor terug krijgt.
Ik lees je verhalen met gróte interesse want misschien heb je van Marjolein wel gehoord dat Marjolein d'r vader en ik volgend jaar naar Hope Home in Kenia gaan.
Fijne tijd nog!

Marjolein

Ik lees dit met tranen in mijn ogen. Sanne, ik vind je geweldig. We kunnen dan misschien wel niet de hele wereld redden, maar al raak je slechts het leven van 1 persoon door een klein gebaar - dán is het al de moeite waard. En geloof mij maar, daar was je in Zuid-Afrika al in geslaagd =) (ondertussen kijk ik even naar de foto van Spiderman die op mijn bureau pronkt)

Liefs,

Marjolein
p.s.: zoals je ziet ging ik er maar even vanuit dat je het niet erg zou vinden als ik je blog ook aan mijn ouders liet lezen ;)

Janneke

Hey Sanne!
Je bent in Uganda, met koffer! We spraken Phoebe (ik schrijf het verkeerd...)en toen had ze net jou aan de telefoon toen je belde/ smste dat je je koffer weer had. Gelukkig!
Hoe was de technische stop? Of lees ik daar nu overheen?
Zooo, wat een akelige kerel en wat heb je dat mooi en creatief opgelost!
Het was zeker lachen met dat bed van jou en een dienblad onder je matras. Geen idee wat daarvan de functie was.
Tis heerlijk hier in Blessed Camp. Tis genieten in het kwadraat!
Geniet van de tijd in Uganda!!!

Liefs,
Janneke

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!